samenvallen in woordenboek Nederlands

  • samenvallen

    Betekenissen en definities van "samenvallen"

    • Op hetzelfde moment gebeuren.

    Grammatica en verbuiging van samenvallen

    • Inflection of samenvallen (strong class 7, separable)
      infinitive samenvallen
      past singular viel samen
      past participle samengevallen
      infinitive samenvallen
      gerund samenvallen n
      verbal noun
      main clause subordinate clause
      present tense past tense present tense past tense
      1st person singular val samen viel samen samenval samenviel
      2nd person sing. (jij) valt samen viel samen samenvalt samenviel
      2nd person sing. (u) valt samen viel samen samenvalt samenviel
      2nd person sing. (gij) valt samen vielt samen samenvalt samenvielt
      3rd person singular valt samen viel samen samenvalt samenviel
      plural vallen samen vielen samen samenvallen samenvielen
      subjunctive sing.1 valle samen viele samen samenvalle samenviele
      subjunctive plur.1 vallen samen vielen samen samenvallen samenvielen
      imperative sing. val samen
      imperative plur.1 valt samen
      participles samenvallend samengevallen
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " samenvallen "