samenvallen in woordenboek Nederlands samenvallen Betekenissen en definities van "samenvallen" Op hetzelfde moment gebeuren. meer Grammatica en verbuiging van samenvallen Inflection of samenvallen (strong class 7, separable) infinitive samenvallen past singular viel samen past participle samengevallen infinitive samenvallen gerund samenvallen n verbal noun — main clause subordinate clause present tense past tense present tense past tense 1st person singular val samen viel samen samenval samenviel 2nd person sing. (jij) valt samen viel samen samenvalt samenviel 2nd person sing. (u) valt samen viel samen samenvalt samenviel 2nd person sing. (gij) valt samen vielt samen samenvalt samenvielt 3rd person singular valt samen viel samen samenvalt samenviel plural vallen samen vielen samen samenvallen samenvielen subjunctive sing.1 valle samen viele samen samenvalle samenviele subjunctive plur.1 vallen samen vielen samen samenvallen samenvielen imperative sing. val samen imperative plur.1 valt samen participles samenvallend samengevallen 1) Archaic. meer Voorbeeldzinnen met " samenvallen " Verbuiging Verbuig Probeer opnieuw Beschikbare vertalingen Afrikaans Belarusisch Bulgaars Catalaans Chinees Duits Engels Esperanto Fins Frans Hongaars Italiaans Japans Kroatisch Lingua Franca Nova Luxemburgs Maori Pools Portugees Russisch Spaans Turks Zweeds Auteurs