rijmen in woordenboek Nederlands

  • rijmen

    Betekenissen en definities van "rijmen"

    Grammatica en verbuiging van rijmen

    • Inflection of rijmen (weak)
      infinitive rijmen
      past singular rijmde
      past participle gerijmd
      infinitive rijmen
      gerund rijmen n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular rijm rijmde
      2nd person sing. (jij) rijmt rijmde
      2nd person sing. (u) rijmt rijmde
      2nd person sing. (gij) rijmt rijmde
      3rd person singular rijmt rijmde
      plural rijmen rijmden
      subjunctive sing.1 rijme rijmde
      subjunctive plur.1 rijmen rijmden
      imperative sing. rijm
      imperative plur.1 rijmt
      participles rijmend gerijmd
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " rijmen "