Vertaling van "beendigen" naar Nederlands

beëindigen, afmaken, afsluiten zijn de beste vertalingen van "beendigen" in Nederlands.

beendigen

zu Ende bringen (umgangssprachlich)

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • beëindigen

    verb

    Een eind maken aan iets.

    Viertens könnten Kapitalmarktinstrumente auf den Märkten gehandelt werden, so daß Anleger ihre Investition beendigen könnten, wann immer sie wollten.

    Ten vierde kunnen kapitaalmarktinstrumenten op de markt verhandeld worden, hetgeen de investeerders in staat stelt hun investering op elk gewenst moment te beëindigen.

  • afmaken

    verb
  • afsluiten

    verb
  • Minder frequente vertalingen

    • besluiten
    • eindigen
    • voleindigen
    • uitmaken
    • ophouden
    • stoppen
    • afbreken
    • afwerken
    • finishen
    • staken
    • stopzetten
    • aflaten
    • opbreken
    • stelpen
    • uitraken
    • uitscheiden
    • uitlopen
    • aflopen
    • wijken
    • opheffen
    • verlopen
    • uitgaan
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "beendigen" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate
Toevoegen

Vertalingen van "beendigen" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen