Vertaling van "insit" naar Nederlands

inzetten, indoen, inleggen zijn de beste vertalingen van "insit" in Nederlands.

insit
+ Toevoegen

Afrikaans - Nederlands woordenboek

  • inzetten

    verb
  • indoen

  • inleggen

  • Minder frequente vertalingen

    • inschuiven
    • instoppen
    • steken
    • stoppen
    • aanbrengen
    • doen
    • opvullen
    • vullen
    • zetten
    • adverteren
    • annonceren
    • inbedden
    • insteken
    • binnenleiden
    • inleiden
    • invoeren
    • aandienen
    • aankondigen
    • opleggen
    • opbrengen
    • vastleggen
    • schuiven
    • aandoen
    • aantrekken
    • plaatsen
    • leggen
    • stellen
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "insit" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "insit" met vertalingen in Nederlands

  • aanbrengen · aandoen · aankleden · aanslaan · aanwenden · aanzetten · accepteren · belasten · belasting heffen op · bepleisteren · doen · dwingen · gebruiken · in toepassing brengen · indoen · inleggen · inzetten · kleden · leggen · noodzaken · omkleden · opdringen · opleggen · plaatsen · pleisteren · staan · steken · stellen · stukadoren · toepassen · verplichten · voordoen · zetten · zich opdringen
  • sit
  • afdoen · afleggen · afzetten · amputeren · bergen · bewaren · blootstellen · etaleren · opbergen · uitbrengen · uitdoen · uitkrijgen · uitstallen · uittrekken · wegleggen · wegsnijden · wegzetten
  • aanbrengen · aandoen · aankleden · aannemen · aanslaan · aantrekken · aanwenden · aanzetten · accepteren · bekleden · belasten · belasting heffen op · benutten · bepleisteren · doen · doorvoeren · dwingen · forceren · gebruiken · in toepassing brengen · indoen · inleggen · inzetten · kleden · leggen · noodzaken · omkleden · ontvangen · opbrengen · opdringen · opleggen · overtrekken · plaatsen · pleisteren · staan · steken · stellen · stoppen · stukadoren · toepassen · veraccijnzen · verplichten · voordoen · zetten · zich opdringen
  • bezitten · erop nahouden · rijk zijn
  • Conversie naar vorm
Toevoegen

Vertalingen van "insit" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen