Vertaling van "afsit" naar Nederlands

afzetten, uitdoen, etaleren zijn de beste vertalingen van "afsit" in Nederlands.

afsit
+ Toevoegen

Afrikaans - Nederlands woordenboek

  • afzetten

    verb

    9 Daniël het geweet dat God ‘konings afsit en konings aanstel’ (Daniël 2:21).

    9 Daniël wist dat God ’koningen afzet en koningen aanstelt’ (Daniël 2:21).

  • uitdoen

    verb

    Die owerheid het ’n reël ingestel waar ons almal snags al die ligte moes afsit.

    De autoriteiten voerden verduisteringsmaatregelen door en we moesten ’s avonds alle lichten uitdoen.

  • etaleren

    verb
  • Minder frequente vertalingen

    • opbergen
    • uitkrijgen
    • uitstallen
    • wegzetten
    • afdoen
    • uitbrengen
    • blootstellen
    • uittrekken
    • bergen
    • wegleggen
    • afleggen
    • bewaren
    • amputeren
    • wegsnijden
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "afsit" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "afsit" met vertalingen in Nederlands

  • aanbrengen · aandoen · aankleden · aanslaan · aanzetten · accepteren · bepleisteren · doen · in toepassing brengen · indoen · kleden · leggen · omkleden · opdringen · plaatsen · staan · steken · stukadoren · voordoen · zetten · zich opdringen
  • sit
  • aanbrengen · aandoen · aankleden · aannemen · aanslaan · aantrekken · aanwenden · aanzetten · accepteren · bekleden · belasten · belasting heffen op · benutten · bepleisteren · doen · doorvoeren · dwingen · forceren · gebruiken · in toepassing brengen · indoen · inleggen · inzetten · kleden · leggen · noodzaken · omkleden · ontvangen · opbrengen · opdringen · opleggen · overtrekken · plaatsen · pleisteren · staan · steken · stellen · stoppen · stukadoren · toepassen · veraccijnzen · verplichten · voordoen · zetten · zich opdringen
  • aanbrengen · aandienen · aandoen · aankondigen · aantrekken · adverteren · annonceren · binnenleiden · doen · inbedden · indoen · inleggen · inleiden · inschuiven · insteken · instoppen · invoeren · inzetten · leggen · opbrengen · opleggen · opvullen · plaatsen · schuiven · steken · stellen · stoppen · vastleggen · vullen · zetten
  • bezitten · erop nahouden · rijk zijn
  • Conversie naar vorm
Toevoegen

Vertalingen van "afsit" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen