Vertaling van "aansit" naar Nederlands

aandoen, opleggen, aanbrengen zijn de beste vertalingen van "aansit" in Nederlands.

aansit
+ Toevoegen

Afrikaans - Nederlands woordenboek

  • aandoen

    verb

    Nee, moenie die lig aansit nie

    Nee, geen licht aandoen.

  • opleggen

    verb

    Die onbeskofte man is op sy plek gesit.

    De scheldende man werd het zwijgen opgelegd.

  • aanbrengen

    verb
  • Minder frequente vertalingen

    • opbrengen
    • aantrekken
    • stoppen
    • zetten
    • opdringen
    • doen
    • veraccijnzen
    • forceren
    • belasten
    • verplichten
    • noodzaken
    • aanslaan
    • aanzetten
    • dwingen
    • steken
    • plaatsen
    • leggen
    • stellen
    • belasting heffen op
    • zich opdringen
    • gebruiken
    • aankleden
    • bepleisteren
    • indoen
    • pleisteren
    • stukadoren
    • inleggen
    • omkleden
    • overtrekken
    • kleden
    • doorvoeren
    • aanwenden
    • benutten
    • bekleden
    • accepteren
    • inzetten
    • toepassen
    • aannemen
    • voordoen
    • ontvangen
    • staan
    • in toepassing brengen
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "aansit" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "aansit" met vertalingen in Nederlands

  • aanbrengen · aandoen · aankleden · aannemen · aanslaan · aantrekken · aanwenden · aanzetten · accepteren · bekleden · belasten · belasting heffen op · benutten · bepleisteren · doen · doorvoeren · dwingen · forceren · gebruiken · in toepassing brengen · indoen · inleggen · inzetten · kleden · leggen · noodzaken · omkleden · ontvangen · opbrengen · opdringen · opleggen · opzetten · overtrekken · plaatsen · pleisteren · staan · steken · stellen · stoppen · stukadoren · toepassen · veraccijnzen · verplichten · voordoen · zetten · zich opdringen
  • sit
    aanbrengen · maken · stationeren
  • afdoen · afleggen · afzetten · amputeren · bergen · bewaren · blootstellen · etaleren · opbergen · uitbrengen · uitdoen · uitkrijgen · uitstallen · uittrekken · wegleggen · wegsnijden · wegzetten
  • aanbrengen · aandienen · aandoen · aankondigen · aantrekken · adverteren · annonceren · binnenleiden · doen · inbedden · indoen · inleggen · inleiden · inschuiven · insteken · instoppen · invoeren · inzetten · leggen · opbrengen · opleggen · opvullen · plaatsen · schuiven · steken · stellen · stoppen · vastleggen · vullen · zetten
  • bezitten · erop nahouden · rijk zijn
  • Conversie naar vorm
Toevoegen

Vertalingen van "aansit" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen