waarborgen in woordenboek Nederlands

  • waarborgen

    Betekenissen en definities van "waarborgen"

    Grammatica en verbuiging van waarborgen

    • waarborgen (weak in -d)
    • (Verb) Conjugation of waarborgen
      infinitive waarborgen
      present tense past tense
      1st person singular waarborg waarborgde
      2nd person singular waarborgt waarborgde
      3rd person singular waarborgt waarborgde
      plural waarborgen waarborgden
      subjunctive sing.1 waarborge waarborgde
      subjunctive plur.1 waarborgen waarborgden
      imperative sing. waarborg
      imperative plur.1 waarborgt
      participles waarborgend (hebben) gewaarborgd
      1) Archaic.
    • Inflection of waarborgen (weak)
      infinitive waarborgen
      past singular waarborgde
      past participle gewaarborgd
      infinitive waarborgen
      gerund waarborgen n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular waarborg waarborgde
      2nd person sing. (jij) waarborgt waarborgde
      2nd person sing. (u) waarborgt waarborgde
      2nd person sing. (gij) waarborgt waarborgde
      3rd person singular waarborgt waarborgde
      plural waarborgen waarborgden
      subjunctive sing.1 waarborge waarborgde
      subjunctive plur.1 waarborgen waarborgden
      imperative sing. waarborg
      imperative plur.1 waarborgt
      participles waarborgend gewaarborgd
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " waarborgen "