voor in woordenboek Nederlands

  • voor

    Betekenissen en definities van "voor"

    • dichterbij dan
    • De insnede in een veld gemaakt door een ploeg.
    • Dichterbij in ruimte.
    • Eerder dan in een systeem van de ordening van dingen.
    • Voor de duur van; voor de tijd van; [geeft een tijdspanne of tidsduur aan].
    • voor (tijd)

    Grammatica en verbuiging van voor

    • voor f. ( plural voren, diminutive voortje, diminutive plural voortjes)
    • voor n. ( plural voors)
    • voor f (plural voren, diminutive voortje n)
    • voor n (plural voors)
    • Pronominal adverbs of voor
      preposition voor
      postpositional adv. voor
      + het (it) ervoor
      + dit (this) hiervoor
      + dat (that) daarvoor
      + wat (what) waarvoor
      + iets (something) ergens voor
      + niets (nothing) nergens voor
      + alles (everything) overal voor

Voorbeeldzinnen met " voor "

Beschikbare vertalingen