vertrouwd in woordenboek Nederlands

  • vertrouwd

    Betekenissen en definities van "vertrouwd"

    Grammatica en verbuiging van vertrouwd

    • (Adjective) Declension of vertrouwd
      positive comparative superlative
      attributive predicative/adverbial
      predicative/adverbial vertrouwd vertrouwder  
      neutersingular indefinite vertrouwd vertrouwder
      definite vertrouwde vertrouwdere vertrouwdste het vertrouwdst(e)
      common singular vertrouwde vertrouwdere vertrouwdste de vertrouwdste
      plural vertrouwde vertrouwdere vertrouwdste de vertrouwdste
      partitive vertrouwds vertrouwders  
    • vertrouwd ( comparative vertrouwder, superlative vertrouwdst)
    • vertrouwd (comparative vertrouwder, superlative vertrouwdst) ;;
      Inflection of vertrouwd
      uninflected vertrouwd
      inflected vertrouwde
      comparative vertrouwder
      positive comparative superlative
      predicative/adverbial vertrouwd vertrouwder het vertrouwdst
      het vertrouwdste
      indefinite m./f. sing. vertrouwde vertrouwdere vertrouwdste
      n. sing. vertrouwd vertrouwder vertrouwdste
      plural vertrouwde vertrouwdere vertrouwdste
      definite vertrouwde vertrouwdere vertrouwdste
      partitive vertrouwds vertrouwders
    • This participle needs an inflection-table template.chr:vertrouwd

Voorbeeldzinnen met " vertrouwd "