verkopen in woordenboek Nederlands

  • verkopen

    Betekenissen en definities van "verkopen"

    • goederen tegen betaling aan een nieuwe eigenaar geven
    • Goederen en diensten verlenen in ruil voor geld.

    Grammatica en verbuiging van verkopen

    • (Verb) Conjugation of verkopen
      infinitive verkopen
      present tense past tense
      1st person singular verkoop verkocht
      2nd person singular verkoopt verkocht
      3rd person singular verkoopt verkocht
      plural verkopen verkochten
      subjunctive sing.1 verkope verkochte
      subjunctive plur.1 verkopen verkochten
      imperative sing. verkoop
      imperative plur.1 verkoopt
      participles verkopend (hebben) verkocht
      1) Archaic.
    • verkopen (weak in -cht)
    • Inflection of verkopen (weak with past in -cht, prefixed)
      infinitive verkopen
      past singular verkocht
      past participle verkocht
      infinitive verkopen
      gerund verkopen n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular verkoop verkocht
      2nd person sing. (jij) verkoopt verkocht
      2nd person sing. (u) verkoopt verkocht
      2nd person sing. (gij) verkoopt verkocht
      3rd person singular verkoopt verkocht
      plural verkopen verkochten
      subjunctive sing.1 verkope verkochte
      subjunctive plur.1 verkopen verkochten
      imperative sing. verkoop
      imperative plur.1 verkoopt
      participles verkopend verkocht
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " verkopen "

Beschikbare vertalingen