timmeren in woordenboek Nederlands

  • timmeren

    Betekenissen en definities van "timmeren"

    • houten zaken in elkaar zetten

    Grammatica en verbuiging van timmeren

    • Inflection of timmeren (weak)
      infinitive timmeren
      past singular timmerde
      past participle getimmerd
      infinitive timmeren
      gerund timmeren n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular timmer timmerde
      2nd person sing. (jij) timmert timmerde
      2nd person sing. (u) timmert timmerde
      2nd person sing. (gij) timmert timmerde
      3rd person singular timmert timmerde
      plural timmeren timmerden
      subjunctive sing.1 timmere timmerde
      subjunctive plur.1 timmeren timmerden
      imperative sing. timmer
      imperative plur.1 timmert
      participles timmerend getimmerd
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " timmeren "