stuk in woordenboek Nederlands

  • stuk

    Betekenissen en definities van "stuk"

    • In figuurlijke zin een deel van een geheel.
    • Een vrouw die door een man of veel mannen seksueel aantrekkelijk wordt gevonden.
    • Zover gebogen dat delen geheel of gedeeltelijk los van elkaar zijn gekomen.
    • Niet meer in staat om te functioneren.
    • Een klein fragment van iets dat is afgebroken van een groter geheel.
    • Een van de delen waarin men iets kan verdelen.

    Grammatica en verbuiging van stuk

    • stuk ( used only predicatively)
    • stuk n. ( plural stukken, diminutive stukje, diminutive plural stukjes)
    • stuk (used only predicatively, comparative meer stuk, superlative meest stuk)
    • stuk n (plural stukken, diminutive stukje n)

Voorbeeldzinnen met " stuk "