schoen in woordenboek Nederlands

  • schoen

    Betekenissen en definities van "schoen"

    • schoeisel, bekleedsel om de voet warm te houden en te beschermen
    • Een beschermend omhulsel voor de voet, waarvan het onderste deel bestaat uit een dik leren of plastic zool en vaak een dikkere hiel, en een zachter hoger deel dat van leer of synthetisch materiaal wordt gemaakt. Schoenen komen in het algemeen niet boven de enkel uit, in tegenstelling tot laarzen, die dat wel doen.

    Grammatica en verbuiging van schoen

    • schoen m. ( plural schoenen, diminutive schoentje, diminutive plural schoentjes)
    • schoen m (plural schoenen, diminutive schoentje n)

Afbeeldingen met "schoen"

Voorbeeldzinnen met " schoen "

Beschikbare vertalingen