schap in woordenboek Nederlands

  • schap

    Betekenissen en definities van "schap"

    • een plank om iets op te zetten
    • Een plat, stevig, rechthoekig bouwsel, rechthoekig tegen een muur bevestigd in gebruik voor het ondersteunen, opslaan of uitstallen van voorwerpen.

    Grammatica en verbuiging van schap

    • schap n. ( plural schappen, diminutive schapje, diminutive plural schapjes)
    • schap n (plural schappen, diminutive schapje n)

Voorbeeldzinnen met " schap "