projecteren in woordenboek Nederlands

  • projecteren

    Betekenissen en definities van "projecteren"

    Grammatica en verbuiging van projecteren

    • (Verb) Conjugation of projecteren
      infinitive projecteren
      present tense past tense
      1st person singular projecteer projecteerde
      2nd person singular projecteert projecteerde
      3rd person singular projecteert projecteerde
      plural projecteren projecteerden
      subjunctive sing.1 projectere projecteerde
      subjunctive plur.1 projecteren projecteerden
      imperative sing. projecteer
      imperative plur.1 projecteert
      participles projecterend (hebben) geprojecteerd
      1) Archaic.
    • projecteren (weak in -d)
    • Inflection of projecteren (weak)
      infinitive projecteren
      past singular projecteerde
      past participle geprojecteerd
      infinitive projecteren
      gerund projecteren n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular projecteer projecteerde
      2nd person sing. (jij) projecteert projecteerde
      2nd person sing. (u) projecteert projecteerde
      2nd person sing. (gij) projecteert projecteerde
      3rd person singular projecteert projecteerde
      plural projecteren projecteerden
      subjunctive sing.1 projectere projecteerde
      subjunctive plur.1 projecteren projecteerden
      imperative sing. projecteer
      imperative plur.1 projecteert
      participles projecterend geprojecteerd
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " projecteren "