produceren in woordenboek Nederlands

  • produceren

    Betekenissen en definities van "produceren"

    • bij voortduring vervaardigen
    • Iets creëren, werken of wat werk verrichten met resultaat; iets bouwen; produceren; verzorgen, of veroorzaken dat iets ontstaat.
    • Iets creëren, werken of wat werk verrichten met resultaat.
    • Financieel ondersteunen en presenteren (van een film b.v.) aan het publiek.
    • Zaken maken, gewoonlijk op grote schaal, met werktuigen en ofwel lichamelijke arbeid of machinale bewerking.

    Grammatica en verbuiging van produceren

    • produceren (weak in -d)
    • (Verb) Conjugation of produceren
      infinitive produceren
      present tense past tense
      1st person singular produceer produceerde
      2nd person singular produceert produceerde
      3rd person singular produceert produceerde
      plural produceren produceerden
      subjunctive sing.1 producere produceerde
      subjunctive plur.1 produceren produceerden
      imperative sing. produceer
      imperative plur.1 produceert
      participles producerend (hebben) geproduceerd
      1) Archaic.
    • Inflection of produceren (weak)
      infinitive produceren
      past singular produceerde
      past participle geproduceerd
      infinitive produceren
      gerund produceren n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular produceer produceerde
      2nd person sing. (jij) produceert produceerde
      2nd person sing. (u) produceert produceerde
      2nd person sing. (gij) produceert produceerde
      3rd person singular produceert produceerde
      plural produceren produceerden
      subjunctive sing.1 producere produceerde
      subjunctive plur.1 produceren produceerden
      imperative sing. produceer
      imperative plur.1 produceert
      participles producerend geproduceerd
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " produceren "