presenteren in woordenboek Nederlands

  • presenteren

    Betekenissen en definities van "presenteren"

    • op een goed voorbereide wijze aanbieden aan anderen
    • Iemand bekend laten worden met iemand anders.
    • Zichtbaar maken, iemand iets laten zien.
    • Iets aanbieden voor iemands acceptatie of weigering.
    • Voltooid deelwoord van presenteren.
    • Aan iemand aankondigen dat men bereid is om ergens een bepaald bedrag voor te betalen en/of een (aantal) dienst(en) voor te verrichten.
    • Iemand iets laten zien.

    Grammatica en verbuiging van presenteren

    • (Verb) Conjugation of presenteren
      infinitive presenteren
      present tense past tense
      1st person singular presenteer presenteerde
      2nd person singular presenteert presenteerde
      3rd person singular presenteert presenteerde
      plural presenteren presenteerden
      subjunctive sing.1 presentere presenteerde
      subjunctive plur.1 presenteren presenteerden
      imperative sing. presenteer
      imperative plur.1 presenteert
      participles presenterend (hebben) gepresenteerd
      1) Archaic.
    • presenteren (weak in -d)
    • Inflection of presenteren (weak)
      infinitive presenteren
      past singular presenteerde
      past participle gepresenteerd
      infinitive presenteren
      gerund presenteren n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular presenteer presenteerde
      2nd person sing. (jij) presenteert presenteerde
      2nd person sing. (u) presenteert presenteerde
      2nd person sing. (gij) presenteert presenteerde
      3rd person singular presenteert presenteerde
      plural presenteren presenteerden
      subjunctive sing.1 presentere presenteerde
      subjunctive plur.1 presenteren presenteerden
      imperative sing. presenteer
      imperative plur.1 presenteert
      participles presenterend gepresenteerd
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " presenteren "