participeren in woordenboek Nederlands

  • participeren

    Betekenissen en definities van "participeren"

    • ergens aan deelnemen

    Grammatica en verbuiging van participeren

    • (Verb) Conjugation of participeren
      infinitive participeren
      present tense past tense
      1st person singular participeer participeerde
      2nd person singular participeert participeerde
      3rd person singular participeert participeerde
      plural participeren participeerden
      subjunctive sing.1 participere participeerde
      subjunctive plur.1 participeren participeerden
      imperative sing. participeer
      imperative plur.1 participeert
      participles participerend (hebben) geparticipeerd
      1) Archaic.
    • participeren (weak in -d)
    • Inflection of participeren (weak)
      infinitive participeren
      past singular participeerde
      past participle geparticipeerd
      infinitive participeren
      gerund participeren n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular participeer participeerde
      2nd person sing. (jij) participeert participeerde
      2nd person sing. (u) participeert participeerde
      2nd person sing. (gij) participeert participeerde
      3rd person singular participeert participeerde
      plural participeren participeerden
      subjunctive sing.1 participere participeerde
      subjunctive plur.1 participeren participeerden
      imperative sing. participeer
      imperative plur.1 participeert
      participles participerend geparticipeerd
      1) Archaic.
      chr:participeren

Voorbeeldzinnen met " participeren "