onweren in woordenboek Nederlands

  • onweren

    Betekenissen en definities van "onweren"

    Grammatica en verbuiging van onweren

    • onweren (weak in -d)
    • (Verb) Conjugation of onweren
      infinitive onweren
      present tense past tense
      1st person singular onweer onweerde
      2nd person singular onweert onweerde
      3rd person singular onweert onweerde
      plural onweren onweerden
      subjunctive sing.1 onwere onweerde
      subjunctive plur.1 onweren onweerden
      imperative sing. onweer
      imperative plur.1 onweert
      participles onwerend (hebben) geonweerd
      1) Archaic.
    • Inflection of onweren (weak)
      infinitive onweren
      past singular onweerde
      past participle geonweerd
      infinitive onweren
      gerund onweren n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular onweer onweerde
      2nd person sing. (jij) onweert onweerde
      2nd person sing. (u) onweert onweerde
      2nd person sing. (gij) onweert onweerde
      3rd person singular onweert onweerde
      plural onweren onweerden
      subjunctive sing.1 onwere onweerde
      subjunctive plur.1 onweren onweerden
      imperative sing. onweer
      imperative plur.1 onweert
      participles onwerend geonweerd
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " onweren "

Beschikbare vertalingen