ontruimen in woordenboek Nederlands ontruimen Betekenissen en definities van "ontruimen" een gebouw of gebied voorgoed verlaten en leeg achterlaten Terugtrekken van (een plaats). meer Grammatica en verbuiging van ontruimen (Verb) Conjugation of ontruimen infinitive ontruimen present tense past tense 1st person singular ontruim ontruimde 2nd person singular ontruimt ontruimde 3rd person singular ontruimt ontruimde plural ontruimen ontruimden subjunctive sing.1 ontruime ontruimde subjunctive plur.1 ontruimen ontruimden imperative sing. ontruim imperative plur.1 ontruimt participles ontruimend (hebben) ontruimd 1) Archaic. ontruimen (weak in -d) Inflection of ontruimen (weak, prefixed) infinitive ontruimen past singular ontruimde past participle ontruimd infinitive ontruimen gerund ontruimen n verbal noun — present tense past tense 1st person singular ontruim ontruimde 2nd person sing. (jij) ontruimt ontruimde 2nd person sing. (u) ontruimt ontruimde 2nd person sing. (gij) ontruimt ontruimde 3rd person singular ontruimt ontruimde plural ontruimen ontruimden subjunctive sing.1 ontruime ontruimde subjunctive plur.1 ontruimen ontruimden imperative sing. ontruim imperative plur.1 ontruimt participles ontruimend ontruimd 1) Archaic. meer Voorbeeldzinnen met " ontruimen " Verbuiging Verbuig Probeer opnieuw Beschikbare vertalingen Afrikaans Belarusisch Bulgaars Deens Duits Engels Esperanto Fins Frans Grieks Hebreeuws Hongaars Ido Italiaans Japans Koreaans Kroatisch Latijn Lingala Lingua Franca Nova Maori Pools Portugees Russisch Schots Sloveens Spaans Tsjechisch Zweeds Auteurs