ontaarden in woordenboek Nederlands

  • ontaarden

    Betekenissen en definities van "ontaarden"

    • overgaan in iets verkeerds
    • De gewenste kwaliteiten verliezen.

    Grammatica en verbuiging van ontaarden

    • Inflection of ontaarden (weak, prefixed)
      infinitive ontaarden
      past singular ontaardde
      past participle ontaard
      infinitive ontaarden
      gerund ontaarden n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular ontaard ontaardde
      2nd person sing. (jij) ontaardt ontaardde
      2nd person sing. (u) ontaardt ontaardde
      2nd person sing. (gij) ontaardt ontaardde
      3rd person singular ontaardt ontaardde
      plural ontaarden ontaardden
      subjunctive sing.1 ontaarde ontaardde
      subjunctive plur.1 ontaarden ontaardden
      imperative sing. ontaard
      imperative plur.1 ontaardt
      participles ontaardend ontaard
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " ontaarden "