onleesbaar in woordenboek Nederlands

  • onleesbaar

    Betekenissen en definities van "onleesbaar"

    Grammatica en verbuiging van onleesbaar

    • onleesbaar ( comparative onleesbaarder, superlative onleesbaarst)
    • (Adjective) Declension of onleesbaar
      positive comparative superlative
      attributive predicative/adverbial
      predicative/adverbial onleesbaar onleesbaarder  
      neutersingular indefinite onleesbaar onleesbaarder
      definite onleesbare onleesbaardere onleesbaarste het onleesbaarst(e)
      common singular onleesbare onleesbaardere onleesbaarste de onleesbaarste
      plural onleesbare onleesbaardere onleesbaarste de onleesbaarste
      partitive onleesbaars onleesbaarders  
    • onleesbaar (comparative onleesbaarder, superlative onleesbaarst) ;;
      Inflection of onleesbaar
      uninflected onleesbaar
      inflected onleesbare
      comparative onleesbaarder
      positive comparative superlative
      predicative/adverbial onleesbaar onleesbaarder het onleesbaarst
      het onleesbaarste
      indefinite m./f. sing. onleesbare onleesbaardere onleesbaarste
      n. sing. onleesbaar onleesbaarder onleesbaarste
      plural onleesbare onleesbaardere onleesbaarste
      definite onleesbare onleesbaardere onleesbaarste
      partitive onleesbaars onleesbaarders

Voorbeeldzinnen met " onleesbaar "