ondergaan in woordenboek Nederlands

  • ondergaan

    Betekenissen en definities van "ondergaan"

    • onderhevig gemaakt worden
    • Het uithouden met iets of iemand die onplezierig is.
    • Geraakt zijn door een zekere omstandigheid, er gebeurt iets met iemand zelf.

    Grammatica en verbuiging van ondergaan

    • (Verb) Conjugation of ondergaan
      infinitive ondergaan
      main clause subordinate clause
      present tense past tense present tense past tense
      1st person singular ga onder ging onder onderga onderging
      2nd person sing. (jij/u) gaat onder ging onder ondergaat onderging<tr style="background: #F2F2FF;"> 2nd person sing. (gij) gaat onder gingt onder ondergaat ondergingt
      3rd person singular gaat onder ging onder ondergaat onderging
      plural gaan onder gingen onder ondergaan ondergingen
      subjunctive sing.1 ga onder ginge onder onderga onderginge
      subjunctive plur.1 gaan onder gingen onder ondergaan ondergingen
      imperative sing. ga onder
      imperative plur.1 gaat onder
      participles ondergaand (zijn) ondergegaan
      1) Archaic.
    • (Verb) Conjugation of ondergaan
      infinitive ondergaan
      present tense past tense
      1st person singular onderga onderging
      2nd person sing. (jij/u) ondergaat onderging <tr style="background: #F2F2FF;"> 2nd person sing. (gij) ondergaat ondergingt
      3rd person singular ondergaat onderging
      plural ondergaan ondergingen
      subjunctive sing.1 onderga onderginge
      subjunctive plur.1 ondergaan ondergingen
      imperative sing. onderga
      imperative plur.1 ondergaat
      participles ondergaand (hebben) ondergaan
      1) Archaic.
    • ondergaan (irregular) ( stress on "gaan")
    • ondergaan (irregular, separable) ( stress on "onder")
    • Inflection of ondergaan
      uninflected ondergaan
      inflected ondergane
      comparative
      positive
      predicative/adverbial ondergaan
      indefinite m./f. sing. ondergane
      n. sing. ondergaan
      plural ondergane
      definite ondergane
      partitive ondergaans
    • ondergaan, ondergáán ;;
      Inflection of ondergaan (strong class 7, irregular, prefixed)
      infinitive ondergaan
      past singular onderging
      past participle ondergaan
      infinitive ondergaan
      gerund ondergaan n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular onderga onderging
      2nd person sing. (jij) ondergaat onderging
      2nd person sing. (u) ondergaat onderging
      2nd person sing. (gij) ondergaat ondergingt
      3rd person singular ondergaat onderging
      plural ondergaan ondergingen
      subjunctive sing.1 onderga onderginge
      subjunctive plur.1 ondergaan ondergingen
      imperative sing. onderga
      imperative plur.1 ondergaat
      participles ondergaand ondergaan
      1) Archaic.
    • ondergaan, óndergaan ;;
      Inflection of ondergaan (strong class 7, irregular, separable)
      infinitive ondergaan
      past singular ging onder
      past participle ondergegaan
      infinitive ondergaan
      gerund ondergaan n
      verbal noun
      main clause subordinate clause
      present tense past tense present tense past tense
      1st person singular ga onder ging onder onderga onderging
      2nd person sing. (jij) gaat onder ging onder ondergaat onderging
      2nd person sing. (u) gaat onder ging onder ondergaat onderging
      2nd person sing. (gij) gaat onder gingt onder ondergaat ondergingt
      3rd person singular gaat onder ging onder ondergaat onderging
      plural gaan onder gingen onder ondergaan ondergingen
      subjunctive sing.1 ga onder ginge onder onderga onderginge
      subjunctive plur.1 gaan onder gingen onder ondergaan ondergingen
      imperative sing. ga onder
      imperative plur.1 gaat onder
      participles ondergaand ondergegaan
      1) Archaic.

Afbeeldingen met "ondergaan"

Voorbeeldzinnen met " ondergaan "