omrijden in woordenboek Nederlands omrijden Betekenissen en definities van "omrijden" Iets door aanrijding met een voertuig ten val brengen. Om iets rond rijden, in het bijzonder om het te vermijden. meer Grammatica en verbuiging van omrijden (Verb) Conjugation of omrijden infinitive omrijden main clause subordinate clause present tense past tense present tense past tense 1st person singular rijd om reed om omrijd omreed 2nd person sing. (jij/u) rijdt om reed om omrijdt omreed<tr style="background: #F2F2FF;"> 2nd person sing. (gij) rijdt om reedt om omrijdt omreedt 3rd person singular rijdt om reed om omrijdt omreed plural rijden om reden om omrijden omreden subjunctive sing.1 rijde om rede om omrijde omrede subjunctive plur.1 rijden om reden om omrijden omreden imperative sing. rijd om imperative plur.1 rijdt om participles omrijdend (hebben) omgereden 1) Archaic. omrijden (strong class 1, separable) Inflection of omrijden (strong class 1, separable) infinitive omrijden past singular reed om past participle omgereden infinitive omrijden gerund omrijden n verbal noun — main clause subordinate clause present tense past tense present tense past tense 1st person singular rijd om reed om omrijd omreed 2nd person sing. (jij) rijdt om reed om omrijdt omreed 2nd person sing. (u) rijdt om reed om omrijdt omreed 2nd person sing. (gij) rijdt om reedt om omrijdt omreedt 3rd person singular rijdt om reed om omrijdt omreed plural rijden om reden om omrijden omreden subjunctive sing.1 rijde om rede om omrijde omrede subjunctive plur.1 rijden om reden om omrijden omreden imperative sing. rijd om imperative plur.1 rijdt om participles omrijdend omgereden 1) Archaic. meer Voorbeeldzinnen met " omrijden " Verbuiging Verbuig Probeer opnieuw Beschikbare vertalingen Afrikaans Bulgaars Duits Engels Fins Frans Japans Portugees Spaans Auteurs