neerploffen in woordenboek Nederlands

  • neerploffen

    Betekenissen en definities van "neerploffen"

    Grammatica en verbuiging van neerploffen

    • Inflection of neerploffen (weak, separable)
      infinitive neerploffen
      past singular plofte neer
      past participle neergeploft
      infinitive neerploffen
      gerund neerploffen n
      verbal noun
      main clause subordinate clause
      present tense past tense present tense past tense
      1st person singular plof neer plofte neer neerplof neerplofte
      2nd person sing. (jij) ploft neer plofte neer neerploft neerplofte
      2nd person sing. (u) ploft neer plofte neer neerploft neerplofte
      2nd person sing. (gij) ploft neer plofte neer neerploft neerplofte
      3rd person singular ploft neer plofte neer neerploft neerplofte
      plural ploffen neer ploften neer neerploffen neerploften
      subjunctive sing.1 ploffe neer plofte neer neerploffe neerplofte
      subjunctive plur.1 ploffen neer ploften neer neerploffen neerploften
      imperative sing. plof neer
      imperative plur.1 ploft neer
      participles neerploffend neergeploft
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " neerploffen "