neerploffen in woordenboek Nederlands neerploffen Betekenissen en definities van "neerploffen" meer Grammatica en verbuiging van neerploffen Inflection of neerploffen (weak, separable) infinitive neerploffen past singular plofte neer past participle neergeploft infinitive neerploffen gerund neerploffen n verbal noun — main clause subordinate clause present tense past tense present tense past tense 1st person singular plof neer plofte neer neerplof neerplofte 2nd person sing. (jij) ploft neer plofte neer neerploft neerplofte 2nd person sing. (u) ploft neer plofte neer neerploft neerplofte 2nd person sing. (gij) ploft neer plofte neer neerploft neerplofte 3rd person singular ploft neer plofte neer neerploft neerplofte plural ploffen neer ploften neer neerploffen neerploften subjunctive sing.1 ploffe neer plofte neer neerploffe neerplofte subjunctive plur.1 ploffen neer ploften neer neerploffen neerploften imperative sing. plof neer imperative plur.1 ploft neer participles neerploffend neergeploft 1) Archaic. meer Voorbeeldzinnen met " neerploffen " Verbuiging Verbuig Probeer opnieuw Beschikbare vertalingen Bulgaars Duits Engels Fins Frans Italiaans Kroatisch Malagassisch Russisch Spaans Tsjechisch Auteurs