neerdalen in woordenboek Nederlands neerdalen Betekenissen en definities van "neerdalen" meer Grammatica en verbuiging van neerdalen Inflection of neerdalen (weak, separable) infinitive neerdalen past singular daalde neer past participle neergedaald infinitive neerdalen gerund neerdalen n verbal noun — main clause subordinate clause present tense past tense present tense past tense 1st person singular daal neer daalde neer neerdaal neerdaalde 2nd person sing. (jij) daalt neer daalde neer neerdaalt neerdaalde 2nd person sing. (u) daalt neer daalde neer neerdaalt neerdaalde 2nd person sing. (gij) daalt neer daalde neer neerdaalt neerdaalde 3rd person singular daalt neer daalde neer neerdaalt neerdaalde plural dalen neer daalden neer neerdalen neerdaalden subjunctive sing.1 dale neer daalde neer neerdale neerdaalde subjunctive plur.1 dalen neer daalden neer neerdalen neerdaalden imperative sing. daal neer imperative plur.1 daalt neer participles neerdalend neergedaald 1) Archaic. meer Voorbeeldzinnen met " neerdalen " Verbuiging Verbuig Probeer opnieuw Beschikbare vertalingen Arabisch Aroemeens Belarusisch Bulgaars Catalaans Chinees Cusco Quechua Duits Engels Fins Frans Friulisch Grieks Hebreeuws Italiaans Japans Malagassisch Maori Marokkaans-Arabisch Minnanyu Occitaans Oekraïens Portugees Roemeens Russisch Servokroatisch Shimaore Spaans Tsjechisch Turks Waals Auteurs