neerdalen in woordenboek Nederlands

  • neerdalen

    Betekenissen en definities van "neerdalen"

    Grammatica en verbuiging van neerdalen

    • Inflection of neerdalen (weak, separable)
      infinitive neerdalen
      past singular daalde neer
      past participle neergedaald
      infinitive neerdalen
      gerund neerdalen n
      verbal noun
      main clause subordinate clause
      present tense past tense present tense past tense
      1st person singular daal neer daalde neer neerdaal neerdaalde
      2nd person sing. (jij) daalt neer daalde neer neerdaalt neerdaalde
      2nd person sing. (u) daalt neer daalde neer neerdaalt neerdaalde
      2nd person sing. (gij) daalt neer daalde neer neerdaalt neerdaalde
      3rd person singular daalt neer daalde neer neerdaalt neerdaalde
      plural dalen neer daalden neer neerdalen neerdaalden
      subjunctive sing.1 dale neer daalde neer neerdale neerdaalde
      subjunctive plur.1 dalen neer daalden neer neerdalen neerdaalden
      imperative sing. daal neer
      imperative plur.1 daalt neer
      participles neerdalend neergedaald
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " neerdalen "