magie in woordenboek Nederlands

  • magie

    Betekenissen en definities van "magie"

    • toverkunst; kracht waar een tovenaar over beschikt om dingen te verwezenlijken die een bovennatuurlijke indruk maken

    Grammatica en verbuiging van magie

    • magie f. ( plural magies, diminutive magietje, diminutive plural magietjes)
    • magie f (plural magies, diminutive magietje n)

Voorbeeldzinnen met " magie "