kreukelen in woordenboek Nederlands kreukelen Betekenissen en definities van "kreukelen" de vorming van kreukels op een voorheen glad oppervlak meer Grammatica en verbuiging van kreukelen (Verb) Conjugation of kreukelen infinitive kreukelen present tense past tense 1st person singular kreukel kreukelde 2nd person singular kreukelt kreukelde 3rd person singular kreukelt kreukelde plural kreukelen kreukelden subjunctive sing.1 kreukele kreukelde subjunctive plur.1 kreukelen kreukelden imperative sing. kreukel imperative plur.1 kreukelt participles kreukelend (hebben) gekreukeld 1) Archaic. kreukelen (weak in -d) Inflection of kreukelen (weak) infinitive kreukelen past singular kreukelde past participle gekreukeld infinitive kreukelen gerund kreukelen n verbal noun — present tense past tense 1st person singular kreukel kreukelde 2nd person sing. (jij) kreukelt kreukelde 2nd person sing. (u) kreukelt kreukelde 2nd person sing. (gij) kreukelt kreukelde 3rd person singular kreukelt kreukelde plural kreukelen kreukelden subjunctive sing.1 kreukele kreukelde subjunctive plur.1 kreukelen kreukelden imperative sing. kreukel imperative plur.1 kreukelt participles kreukelend gekreukeld 1) Archaic. meer Voorbeeldzinnen met " kreukelen " Verbuiging Verbuig Probeer opnieuw Beschikbare vertalingen Caribisch Chinees Duits Engels Esperanto Faeröers Frans Kroatisch Malagassisch Pools Portugees Spaans Tsjechisch Auteurs