klok in woordenboek Nederlands

  • klok

    Betekenissen en definities van "klok"

    • een instrument dat de tijd bijhoudt
    • Een voorwerp gemaakt van metaal of ander hard materiaal,typisch maar niet altijd in de vorm van een omgekeerde tas met uitlopende rand, dat galmt wanneer men het aanslaagt.
    • Een instrument om tijd mee te meten of bij te houden.
    • Een draagbare klok, vaak gedragen aan een band om de pols.

    Grammatica en verbuiging van klok

    • klok f. ( plural klokken, diminutive klokje, diminutive plural klokjes)
    • klok f (plural klokken, diminutive klokje n)
  • Klok

Afbeeldingen met "klok"

Voorbeeldzinnen met " klok "

Beschikbare vertalingen