kapen in woordenboek Nederlands

  • kapen

    Betekenissen en definities van "kapen"

    • Het overvallen van een voertuig onderweg en het overnemen van dat voertuig, al dan niet gepaard met het gijzelen van inzittenden

    Grammatica en verbuiging van kapen

    • kapen (weak in -t)
    • (Verb) Conjugation of kapen
      infinitive kapen
      present tense past tense
      1st person singular kaap kaapte
      2nd person singular kaapt kaapte
      3rd person singular kaapt kaapte
      plural kapen kaapten
      subjunctive sing.1 kape kaapte
      subjunctive plur.1 kapen kaapten
      imperative sing. kaap
      imperative plur.1 kaapt
      participles kapend (hebben) gekaapt
      1) Archaic.
    • Inflection of kapen (weak)
      infinitive kapen
      past singular kaapte
      past participle gekaapt
      infinitive kapen
      gerund kapen n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular kaap kaapte
      2nd person sing. (jij) kaapt kaapte
      2nd person sing. (u) kaapt kaapte
      2nd person sing. (gij) kaapt kaapte
      3rd person singular kaapt kaapte
      plural kapen kaapten
      subjunctive sing.1 kape kaapte
      subjunctive plur.1 kapen kaapten
      imperative sing. kaap
      imperative plur.1 kaapt
      participles kapend gekaapt
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " kapen "