inloggen in woordenboek Nederlands inloggen Betekenissen en definities van "inloggen" meer Grammatica en verbuiging van inloggen inloggen (weak in -d, separable) (Verb) Conjugation of inloggen infinitive inloggen main clause subordinate clause present tense past tense present tense past tense 1st person singular log in logde in inlog inlogde 2nd person singular logt in logde in inlogt inlogde 3rd person singular logt in logde in inlogt inlogde plural loggen in logden in inloggen inlogden subjunctive sing.1 logge in logde in inlogge inlogde subjunctive plur.1 loggen in logden in inloggen inlogden imperative sing. log in imperative plur.1 logt in participles inloggend (hebben) ingelogd 1) Archaic. Inflection of inloggen (weak, separable) infinitive inloggen past singular logde in past participle ingelogd infinitive inloggen gerund inloggen n verbal noun — main clause subordinate clause present tense past tense present tense past tense 1st person singular log in logde in inlog inlogde 2nd person sing. (jij) logt in logde in inlogt inlogde 2nd person sing. (u) logt in logde in inlogt inlogde 2nd person sing. (gij) logt in logde in inlogt inlogde 3rd person singular logt in logde in inlogt inlogde plural loggen in logden in inloggen inlogden subjunctive sing.1 logge in logde in inlogge inlogde subjunctive plur.1 loggen in logden in inloggen inlogden imperative sing. log in imperative plur.1 logt in participles inloggend ingelogd 1) Archaic. meer Voorbeeldzinnen met " inloggen " Verbuiging Verbuig Probeer opnieuw Beschikbare vertalingen Baskisch Belarusisch Chinees Deens Duits Dungan Engels Esperanto Fins Frans Hongaars Iers IJslands Italiaans Japans Kroatisch Lingala Luxemburgs Maori Noors - Bokmål Pools Portugees Russisch Spaans Tsjechisch Turks Volapük Waals Welsh Zweeds Auteurs