herleven in woordenboek Nederlands

  • herleven

    Betekenissen en definities van "herleven"

    • opnieuw tot leven komen, opnieuw opbloeien

    Grammatica en verbuiging van herleven

    • (Verb) Conjugation of herleven
      infinitive herleven
      present tense past tense
      1st person singular herleef herleefde
      2nd person singular herleeft herleefde
      3rd person singular herleeft herleefde
      plural herleven herleefden
      subjunctive sing.1 herleve herleefde
      subjunctive plur.1 herleven herleefden
      imperative sing. herleef
      imperative plur.1 herleeft
      participles herlevend (hebben) herleefd
      1) Archaic.
    • herleven (weak in -d)
    • Inflection of herleven (weak, prefixed)
      infinitive herleven
      past singular herleefde
      past participle herleefd
      infinitive herleven
      gerund herleven n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular herleef herleefde
      2nd person sing. (jij) herleeft herleefde
      2nd person sing. (u) herleeft herleefde
      2nd person sing. (gij) herleeft herleefde
      3rd person singular herleeft herleefde
      plural herleven herleefden
      subjunctive sing.1 herleve herleefde
      subjunctive plur.1 herleven herleefden
      imperative sing. herleef
      imperative plur.1 herleeft
      participles herlevend herleefd
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " herleven "