herleven in woordenboek Nederlands herleven Betekenissen en definities van "herleven" opnieuw tot leven komen, opnieuw opbloeien meer Grammatica en verbuiging van herleven (Verb) Conjugation of herleven infinitive herleven present tense past tense 1st person singular herleef herleefde 2nd person singular herleeft herleefde 3rd person singular herleeft herleefde plural herleven herleefden subjunctive sing.1 herleve herleefde subjunctive plur.1 herleven herleefden imperative sing. herleef imperative plur.1 herleeft participles herlevend (hebben) herleefd 1) Archaic. herleven (weak in -d) Inflection of herleven (weak, prefixed) infinitive herleven past singular herleefde past participle herleefd infinitive herleven gerund herleven n verbal noun — present tense past tense 1st person singular herleef herleefde 2nd person sing. (jij) herleeft herleefde 2nd person sing. (u) herleeft herleefde 2nd person sing. (gij) herleeft herleefde 3rd person singular herleeft herleefde plural herleven herleefden subjunctive sing.1 herleve herleefde subjunctive plur.1 herleven herleefden imperative sing. herleef imperative plur.1 herleeft participles herlevend herleefd 1) Archaic. meer Voorbeeldzinnen met " herleven " Verbuiging Verbuig Probeer opnieuw Beschikbare vertalingen Afrikaans Bulgaars Duits Engels Esperanto Fins Frans Georgisch Italiaans Japans Latijn Occitaans Portugees Russisch Schots-Gaelisch Servokroatisch Soranî Spaans Waals Zweeds Auteurs