geloven in woordenboek Nederlands

  • geloven

    Betekenissen en definities van "geloven"

    • overtuigd zijn dat iets waar is
    • Als mening, geloof, of idee hebben.
    • Iets veronderstellen of denken zonder over een bewijs te beschikken dat het waar is.
    • Een zaak voor waar aannemen die niet wetenschappelijk bewezen is, vertrouwen hebben.
    • Vertrouwen in iets hebben

    Grammatica en verbuiging van geloven

    • (Verb) Conjugation of geloven
      infinitive geloven
      present tense past tense
      1st person singular geloof geloofde
      2nd person singular gelooft geloofde
      3rd person singular gelooft geloofde
      plural geloven geloofden
      subjunctive sing.1 gelove geloofde
      subjunctive plur.1 geloven geloofden
      imperative sing. geloof
      imperative plur.1 gelooft
      participles gelovend (hebben) geloofd
      1) Archaic.
    • geloven (weak in -d)

Voorbeeldzinnen met " geloven "

Beschikbare vertalingen