gebouw in woordenboek Nederlands

  • gebouw

    Betekenissen en definities van "gebouw"

    • een constructie van enige omvang die verbonden is met de grond en waarin men kan wonen of werken
    • een gebouw, voornamelijk een van grote afmeting of imposant voorkomen.
    • Iets wat geconstrueerd is uit muren en een dak, zoals een huis of een fabriek.

    Grammatica en verbuiging van gebouw

    • gebouw n. ( plural gebouwen, diminutive gebouwtje, diminutive plural gebouwtjes)
    • gebouw n (plural gebouwen, diminutive gebouwtje n)

Voorbeeldzinnen met " gebouw "

Beschikbare vertalingen