foerageren in woordenboek Nederlands

  • foerageren

    Betekenissen en definities van "foerageren"

    Grammatica en verbuiging van foerageren

    • foerageren (weak in -d)
    • (Verb) Conjugation of foerageren
      infinitive foerageren
      present tense past tense
      1st person singular foerageer foerageerde
      2nd person singular foerageert foerageerde
      3rd person singular foerageert foerageerde
      plural foerageren foerageerden
      subjunctive sing.1 foeragere foerageerde
      subjunctive plur.1 foerageren foerageerden
      imperative sing. foerageer
      imperative plur.1 foerageert
      participles foeragerend (hebben) gefoerageerd
      1) Archaic.
    • Inflection of foerageren (weak)
      infinitive foerageren
      past singular foerageerde
      past participle gefoerageerd
      infinitive foerageren
      gerund foerageren n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular foerageer foerageerde
      2nd person sing. (jij) foerageert foerageerde
      2nd person sing. (u) foerageert foerageerde
      2nd person sing. (gij) foerageert foerageerde
      3rd person singular foerageert foerageerde
      plural foerageren foerageerden
      subjunctive sing.1 foeragere foerageerde
      subjunctive plur.1 foerageren foerageerden
      imperative sing. foerageer
      imperative plur.1 foerageert
      participles foeragerend gefoerageerd
      1) Archaic.
  • Foerageren

Voorbeeldzinnen met " foerageren "