evalueren in woordenboek Nederlands evalueren Betekenissen en definities van "evalueren" Conclusies trekken vanuit onderzoeking. meer Grammatica en verbuiging van evalueren (Verb) Conjugation of evalueren infinitive evalueren present tense past tense 1st person singular evalueer evalueerde 2nd person singular evalueert evalueerde 3rd person singular evalueert evalueerde plural evalueren evalueerden subjunctive sing.1 evaluere evalueerde subjunctive plur.1 evalueren evalueerden imperative sing. evalueer imperative plur.1 evalueert participles evaluerend (hebben) geëvalueerd 1) Archaic. evalueren (weak in -d) Inflection of evalueren (weak) infinitive evalueren past singular evalueerde past participle geëvalueerd infinitive evalueren gerund evalueren n verbal noun — present tense past tense 1st person singular evalueer evalueerde 2nd person sing. (jij) evalueert evalueerde 2nd person sing. (u) evalueert evalueerde 2nd person sing. (gij) evalueert evalueerde 3rd person singular evalueert evalueerde plural evalueren evalueerden subjunctive sing.1 evaluere evalueerde subjunctive plur.1 evalueren evalueerden imperative sing. evalueer imperative plur.1 evalueert participles evaluerend geëvalueerd 1) Archaic. meer Voorbeeldzinnen met " evalueren " Verbuiging Verbuig Probeer opnieuw Beschikbare vertalingen Arabisch Baskisch Bulgaars Catalaans Duits Engels Estisch Fins Frans Georgisch Hongaars Iers Italiaans Maori Osmaans Perzisch Pools Portugees Russisch Slowaaks Spaans Tsjechisch Turks Zweeds Auteurs