evalueren in woordenboek Nederlands

  • evalueren

    Betekenissen en definities van "evalueren"

    • Conclusies trekken vanuit onderzoeking.

    Grammatica en verbuiging van evalueren

    • (Verb) Conjugation of evalueren
      infinitive evalueren
      present tense past tense
      1st person singular evalueer evalueerde
      2nd person singular evalueert evalueerde
      3rd person singular evalueert evalueerde
      plural evalueren evalueerden
      subjunctive sing.1 evaluere evalueerde
      subjunctive plur.1 evalueren evalueerden
      imperative sing. evalueer
      imperative plur.1 evalueert
      participles evaluerend (hebben) geëvalueerd
      1) Archaic.
    • evalueren (weak in -d)
    • Inflection of evalueren (weak)
      infinitive evalueren
      past singular evalueerde
      past participle geëvalueerd
      infinitive evalueren
      gerund evalueren n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular evalueer evalueerde
      2nd person sing. (jij) evalueert evalueerde
      2nd person sing. (u) evalueert evalueerde
      2nd person sing. (gij) evalueert evalueerde
      3rd person singular evalueert evalueerde
      plural evalueren evalueerden
      subjunctive sing.1 evaluere evalueerde
      subjunctive plur.1 evalueren evalueerden
      imperative sing. evalueer
      imperative plur.1 evalueert
      participles evaluerend geëvalueerd
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " evalueren "