dampen in woordenboek Nederlands

  • dampen

    Betekenissen en definities van "dampen"

    Grammatica en verbuiging van dampen

    • dampen m.
    • Inflection of dampen (weak)
      infinitive dampen
      past singular dampte
      past participle gedampt
      infinitive dampen
      gerund dampen n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular damp dampte
      2nd person sing. (jij) dampt dampte
      2nd person sing. (u) dampt dampte
      2nd person sing. (gij) dampt dampte
      3rd person singular dampt dampte
      plural dampen dampten
      subjunctive sing.1 dampe dampte
      subjunctive plur.1 dampen dampten
      imperative sing. damp
      imperative plur.1 dampt
      participles dampend gedampt
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " dampen "