condenseren in woordenboek Nederlands

  • condenseren

    Betekenissen en definities van "condenseren"

    • overgaan van gasvormige naar vloeibare toestand
    • Zich richten op een uniek geheel.

    Grammatica en verbuiging van condenseren

    • (Verb) Conjugation of condenseren
      infinitive condenseren
      present tense past tense
      1st person singular condenseer condenseerde
      2nd person singular condenseert condenseerde
      3rd person singular condenseert condenseerde
      plural condenseren condenseerden
      subjunctive sing.1 condensere condenseerde
      subjunctive plur.1 condenseren condenseerden
      imperative sing. condenseer
      imperative plur.1 condenseert
      participles condenserend (hebben) gecondenseerd
      1) Archaic.
    • condenseren (weak in -d)
    • Inflection of condenseren (weak)
      infinitive condenseren
      past singular condenseerde
      past participle gecondenseerd
      infinitive condenseren
      gerund condenseren n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular condenseer condenseerde
      2nd person sing. (jij) condenseert condenseerde
      2nd person sing. (u) condenseert condenseerde
      2nd person sing. (gij) condenseert condenseerde
      3rd person singular condenseert condenseerde
      plural condenseren condenseerden
      subjunctive sing.1 condensere condenseerde
      subjunctive plur.1 condenseren condenseerden
      imperative sing. condenseer
      imperative plur.1 condenseert
      participles condenserend gecondenseerd
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " condenseren "