castreren in woordenboek Nederlands

  • castreren

    Betekenissen en definities van "castreren"

    • de sterilisatie van een man of mannelijk dier door verwijdering van de zaadballen
    • De eierstokken verwijderen.

    Grammatica en verbuiging van castreren

    • (Verb) Conjugation of castreren
      infinitive castreren
      present tense past tense
      1st person singular castreer castreerde
      2nd person singular castreert castreerde
      3rd person singular castreert castreerde
      plural castreren castreerden
      subjunctive sing.1 castrere castreerde
      subjunctive plur.1 castreren castreerden
      imperative sing. castreer
      imperative plur.1 castreert
      participles castrerend (hebben) gecastreerd
      1) Archaic.
    • castreren (weak in -d)
    • Inflection of castreren (weak)
      infinitive castreren
      past singular castreerde
      past participle gecastreerd
      infinitive castreren
      gerund castreren n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular castreer castreerde
      2nd person sing. (jij) castreert castreerde
      2nd person sing. (u) castreert castreerde
      2nd person sing. (gij) castreert castreerde
      3rd person singular castreert castreerde
      plural castreren castreerden
      subjunctive sing.1 castrere castreerde
      subjunctive plur.1 castreren castreerden
      imperative sing. castreer
      imperative plur.1 castreert
      participles castrerend gecastreerd
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " castreren "