bot in woordenboek Nederlands

  • bot

    Betekenissen en definities van "bot"

    • Ieder component van een skelet dat van been is.
    • Niet de capaciteit hebbende gemakkelijk te snijden; niet scherp.
    • Een gebrek aan goede smaak , wijsheid of vooruitzicht vertonen.
    • bot (als bij mes)
    • bot (v. gebeente)
    • Een samengesteld materiaal dat grotendeels uit calciumfosfaat en collageen bestaat en waaruit het skelet van de meeste gewervelde dieren bestaat.
    • onderdeel van het skelet
    • Kort of beknopt, voornamelijk op de rand van ruw zijn.

    Synoniemen van "bot" in het woordenboek Nederlands

    Een ander woord voor "bot" in de Nederlands thesaurus is been .

    Grammatica en verbuiging van bot

    • bot ( comparative botter, superlative botst)
    • bot ( plural botten, diminutive botje, diminutive plural botjes)
    • (Adjective) Declension of bot
      positive comparative superlative
      attributive predicative/adverbial
      predicative/adverbial bot botter  
      neutersingular indefinite bot botter
      definite botte bottere botste het botst(e)
      common singular botte bottere botste de botste
      plural botte bottere botste de botste
      partitive bots botters  
    • bot (comparative botter, superlative botst) ;;
      Inflection of bot
      uninflected bot
      inflected botte
      comparative botter
      positive comparative superlative
      predicative/adverbial bot botter het botst
      het botste
      indefinite m./f. sing. botte bottere botste
      n. sing. bot botter botste
      plural botte bottere botste
      definite botte bottere botste
      partitive bots botters
    • bot m (plural botten, diminutive botje n)
    • bot n (plural botten, diminutive botje n)
  • Bot

Afbeeldingen met "bot"

Voorbeeldzinnen met " bot "

Beschikbare vertalingen