begeven in woordenboek Nederlands

  • begeven

    Betekenissen en definities van "begeven"

    Grammatica en verbuiging van begeven

    • begeven (strong class 5)
    • (Verb) Conjugation of begeven
      infinitive begeven
      present tense past tense
      1st person singular begeef begaf
      2nd person sing. (jij/u) begeeft begaf <tr style="background: #F2F2FF;"> 2nd person sing. (gij) begeeft begaaft
      3rd person singular begeeft begaf
      plural begeven begaven
      subjunctive sing.1 begeve begave
      subjunctive plur.1 begeven begaven
      imperative sing. begeef
      imperative plur.1 begeeft
      participles begevend (hebben/zijn) begeven
      1) Archaic.
    • Inflection of begeven
      uninflected begeven
      inflected begeven
      comparative
      positive
      predicative/adverbial begeven
      indefinite m./f. sing. begeven
      n. sing. begeven
      plural begeven
      definite begeven
      partitive begevens
      chr:begeven
    • Inflection of begeven (strong class 5, prefixed)
      infinitive begeven
      past singular begaf
      past participle begeven
      infinitive begeven
      gerund begeven n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular begeef begaf
      2nd person sing. (jij) begeeft begaf
      2nd person sing. (u) begeeft begaf
      2nd person sing. (gij) begeeft begaaft
      3rd person singular begeeft begaf
      plural begeven begaven
      subjunctive sing.1 begeve begave
      subjunctive plur.1 begeven begaven
      imperative sing. begeef
      imperative plur.1 begeeft
      participles begevend begeven
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " begeven "