amuseren in woordenboek Nederlands

  • amuseren

    Betekenissen en definities van "amuseren"

    • op aangename wijze een indruk op iemand maken, iemand doen (glim)lachen
    • Bezig houden op een aangename , onderhoudende of prettige manier.
    • De aandacht met plezierigheid of prettigheid vast houden.

    Grammatica en verbuiging van amuseren

    • (Verb) Conjugation of amuseren
      infinitive amuseren
      present tense past tense
      1st person singular amuseer amuseerde
      2nd person singular amuseert amuseerde
      3rd person singular amuseert amuseerde
      plural amuseren amuseerden
      subjunctive sing.1 amusere amuseerde
      subjunctive plur.1 amuseren amuseerden
      imperative sing. amuseer
      imperative plur.1 amuseert
      participles amuserend (hebben) geamuseerd
      1) Archaic.
    • amuseren (weak in -d)
    • Inflection of amuseren (weak)
      infinitive amuseren
      past singular amuseerde
      past participle geamuseerd
      infinitive amuseren
      gerund amuseren n
      verbal noun
      present tense past tense
      1st person singular amuseer amuseerde
      2nd person sing. (jij) amuseert amuseerde
      2nd person sing. (u) amuseert amuseerde
      2nd person sing. (gij) amuseert amuseerde
      3rd person singular amuseert amuseerde
      plural amuseren amuseerden
      subjunctive sing.1 amusere amuseerde
      subjunctive plur.1 amuseren amuseerden
      imperative sing. amuseer
      imperative plur.1 amuseert
      participles amuserend geamuseerd
      1) Archaic.

Voorbeeldzinnen met " amuseren "