Vertaling van "own" naar Nederlands

bezitten, eigen, rijk zijn zijn de beste vertalingen van "own" in Nederlands.

own verb adjective grammatica

(transitive) To have rightful possession of (property, goods or capital); "To possess by right; to have the right of property in; to have the legal right or rightful title to." (Ref 1) [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • bezitten

    verb

    have rightful possession of [..]

    His uncle owns no fewer than ten houses.

    Zijn oom bezit niet minder dan tien huizen.

  • eigen

    adjective

    belonging to (determiner) [..]

    All happy families resemble each other, each unhappy family is unhappy in its own way.

    Gelukkige gezinnen lijken alle op elkaar, ieder ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.

  • rijk zijn

    You must be worth quite a bit to own a fine ship like this.

    U moet wel rijk zijn dat u zo'n schip kunt kopen.

  • Minder frequente vertalingen

    • erop nahouden
    • hebben
    • toegeven
    • eigendom
    • apart
    • afzonderlijk
    • erkennen
    • los
    • bijzonder
    • afgezonderd
    • bloedeigen
    • verslaan
    • in bezit houden
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "own" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "own" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "own" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen