Vertaling van "abasic" naar Nederlands
door abasie, met abasie zijn de beste vertalingen van "abasic" in Nederlands.
abasic
adjective
grammatica
(medicine) Of, pertaining to or caused by abasia [..]
-
door abasie
of, pertaining to or caused by abasia
-
met abasie
of, pertaining to or caused by abasia
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "abasic" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Zinnen vergelijkbaar met "abasic" met vertalingen in Nederlands
-
afbreken · afdraaien · afgeven op · afhakken · afhouwen · afkammen · afkappen · aflaten · afleggen · aflopen · afslachten · bedaren · bevangen · de moed ontnemen · degraderen · delven · deprimeren · doden · doodmaken · doodschieten · doorgaan · een streep trekken · fnuiken · fusilleren · gaan door · geruststellen · herleiden · in discrediet brengen · inkorten · inkrimpen · kalmeren · kappen · kleineren · kleinmaken · laten zakken · neerdrukken · neerhalen · neerkomen · neerlaten · neerslachtig maken · neervellen · ombrengen · omhakken · omkappen · ontmoedigen · opduikelen · opgraven · overwinnen · putten uit · reduceren · rooien · ruïneren · slachten · slopen · strijken · te gronde richten · ten val brengen · terneerdrukken · trekken · uitgraven · uitputten · vellen · verachten · verderven · vereenvoudigen · verlagen · verminderen · vernederen · verootmoedigen · verslaan · verzwakken · winnen · wippen · zegevieren · zetten
-
gekleineerd · verlaagd · vernederd
-
besnoeiing · daling · debâcle · degeneratie · degradatie · kleinering · krenking · ondergang · ontaarding · rampspoed · tegenspoed · val · verachting · verflauwing · verlaging · vermindering · verootmoediging · verval · verwording · verzakking · zelfvernedering
-
zich vernederen
-
afbreken · afdraaien · afgeven op · afhakken · afhouwen · afkammen · afkappen · aflaten · afleggen · aflopen · afslachten · bedaren · bevangen · de moed ontnemen · degraderen · delven · deprimeren · doden · doodmaken · doodschieten · doorgaan · een streep trekken · fnuiken · fusilleren · gaan door · geruststellen · herleiden · in discrediet brengen · inkorten · inkrimpen · kalmeren · kappen · kleineren · kleinmaken · laten zakken · neerdrukken · neerhalen · neerkomen · neerlaten · neerslachtig maken · neervellen · ombrengen · omhakken · omkappen · ontmoedigen · opduikelen · opgraven · overwinnen · putten uit · reduceren · rooien · ruïneren · slachten · slopen · strijken · te gronde richten · ten val brengen · terneerdrukken · trekken · uitgraven · uitputten · vellen · verachten · verderven · vereenvoudigen · verlagen · verminderen · vernederen · verootmoedigen · verslaan · verzwakken · winnen · wippen · zegevieren · zetten
Voorbeeld toevoegen
Toevoegen