Vertaling van "schicken" naar Nederlands
zenden, sturen, verzenden zijn de beste vertalingen van "schicken" in Nederlands.
schicken
verb
grammatica
zurückrudern (fig.) (umgangssprachlich) [..]
-
zenden
verbsturen [..]
Du hast Brot aus deiner Backstube geschickt.
Je hebt een brood gezonden uit je bakkerij.
-
sturen
verbZorgen dat iets (een voorwerp, bericht) van één plek naar een andere gaat.
Ich habe sie gebeten, uns das Buch zu schicken.
Ik heb hem gevraagd ons het boek op te sturen.
-
verzenden
verbSie muss diejenige sein, die sie durch das Wurmloch schickt.
Zij moet diegene zijn die hem door het wormgat verzendt.
-
Minder frequente vertalingen
- opsturen
- betamen
- horen
- passen
- opzenden
- behoren
- inzenden
- terechtkomen
- uitzenden
- doen toekomen
- voegen
- versturen
- afvaardigen
- adresseren
- delegeren
- posten
- op de post doen
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "schicken" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Zinnen vergelijkbaar met "schicken" met vertalingen in Nederlands
-
ouderwets · stijlloos
-
aanlokkelijk · chic · chique · deftig · elegant · fijn · gekleed · geraffineerd · hip · knap · leuk · modieus · mooi · nuttig · piekfijn · sierlijk · sjiek · smaakvol · stijlvol · tof · verfijnd · vlot
-
chic · piekfijn · élégance
-
betamen · dragen · dulden · gedogen · harden · lijden · ondergaan · schikken · velen · verdragen · verduren · zich schikken
-
bedreven · behendig · bekwaam · capabel · competent · deskundig · deskundige · expert · geroutineerd · geschikt · geschoold · geslepen · gewiekst · handig · knap · knapjes · kunstig · kunstvaardig · leep · leuk · nuttig · oordeelkundig · praktisch · slim · uitgekookt · vaardig · vakbekwaam · vakkundig · vlot
-
insturen
-
uitbannen · verbannen
-
sikker
Voorbeeld toevoegen
Toevoegen