Vertaling van "Schick" naar Nederlands

chic, piekfijn, élégance zijn de beste vertalingen van "Schick" in Nederlands.

Schick Noun grammatica
+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • chic

    adjective

    Auch der Mode wurde Rechnung getragen, was dem Langlauf auch noch Schick verlieh.

    Zelfs de mode ging een woordje meespreken en maakte het langlaufen chic.

  • piekfijn

    adjective

    Sie waren schon immer schick gekleidet.

    Je ziet er altijd piekfijn uit.

  • élégance

    In der Zigarettenwerbung in Asien werden junge, flott aussehende asiatische Fotomodelle präsentiert, die verführerisch in westlichem Schick gekleidet sind.

    Tabaksreclames in Azië laten jonge, chique Aziatische fotomodellen zien die verleidelijk gekleed zijn in westerse élégance.

  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "Schick" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

schick adjective verb grammatica

todschick (Verstärkung) (umgangssprachlich) [..]

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • chic

    adjective

    modieus verfijnd [..]

    Du tust so, als ist das hier ein schickes Restaurant.

    Je doet net of't een chic restaurant is.

  • mooi

    adjective

    Es ist sehr nett von dir, mir so ein schönes Geschenk zu schicken.

    Het is erg aardig van je om me zo'n mooi cadeau te sturen.

  • hip

    adjective

    Ich spazierte auf diesem schicken Campus herum und dachte, was tue ich hier?

    Ik liep altijd rond op die hippe campus en dacht, wat doe ik hier?

  • Minder frequente vertalingen

    • piekfijn
    • aanlokkelijk
    • leuk
    • modieus
    • gekleed
    • deftig
    • elegant
    • fijn
    • knap
    • tof
    • geraffineerd
    • stijlvol
    • vlot
    • smaakvol
    • sierlijk
    • verfijnd
    • nuttig
    • chique
    • sjiek

Zinnen vergelijkbaar met "Schick" met vertalingen in Nederlands

  • ouderwets · stijlloos
  • betamen · dragen · dulden · gedogen · harden · lijden · ondergaan · schikken · velen · verdragen · verduren · zich schikken
  • bedreven · behendig · bekwaam · capabel · competent · deskundig · deskundige · expert · geroutineerd · geschikt · geschoold · geslepen · gewiekst · handig · knap · knapjes · kunstig · kunstvaardig · leep · leuk · nuttig · oordeelkundig · praktisch · slim · uitgekookt · vaardig · vakbekwaam · vakkundig · vlot
  • insturen
  • uitbannen · verbannen
  • sikker
  • adresseren · afvaardigen · behoren · betamen · delegeren · doen toekomen · horen · inzenden · op de post doen · opsturen · opzenden · passen · posten · sturen · terechtkomen · uitzenden · versturen · verzenden · voegen · zenden
  • verzonden
Toevoegen

Vertalingen van "Schick" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen