Vertaling van "anblicken" naar Nederlands

bekijken, kijken, blikken zijn de beste vertalingen van "anblicken" in Nederlands.

anblicken verb grammatica
+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • bekijken

    verb

    Bereits bei früheren Besuchen habe ich mich beim Anblick des Korallenkalks gefragt, wie alt diese Bergkette wohl ist.

    Tijdens eerdere bezoekjes hier heb ik het gebroken koraalkalksteen zitten bekijken en me afgevraagd hoe oud deze bergketen wel niet is.

  • kijken

    verb

    Dann hielt sie kurz inne und musste unwillkürlich lächeln, als sie ihre neue Freundin anblickte.

    Ze wachtte even en een glimlach verscheen toen ze naar haar nieuwe vriendin keek.

  • blikken

    verb

    Er mag sie bewundernd anblicken, und sie mag anerkennende Blicke auf ihn werfen.

    Hij staart haar misschien bewonderend aan en zij werpt hem wellicht een waarderende blik toe.

  • Minder frequente vertalingen

    • toekijken
    • kijken naar
    • raken
    • schouwen
    • aanblikken
    • aankijken
    • toezien
    • aangaan
    • gelden
    • betreffen
    • beschouwen
    • aanzien
    • zien
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "anblicken" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Anblicken noun Noun masculine grammatica
+ Toevoegen

"Anblicken" in Duits - Nederlands woordenboek

Momenteel hebben we geen vertalingen voor Anblicken in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.

Zinnen vergelijkbaar met "anblicken" met vertalingen in Nederlands

  • gezichtsvermogen
  • aanblik · aanschijn · aanzien · air · blik · buitenkant · gelaatsuitdrukking · gezicht · gezichtsvermogen · het aanzien · landschap · lucht · plateau · schijn · schouwspel · snelheid · tempo · uiterlijk · uitzicht · vaart · verschijning · voorkomen · zicht
Toevoegen

Vertalingen van "anblicken" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen