Vertaling van "anbringen" naar Nederlands

brengen, aandragen, bezorgen zijn de beste vertalingen van "anbringen" in Nederlands.

anbringen verb grammatica
+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • brengen

    verb

    Außer Sie halten es für angebracht, die Visionäre einzusetzen, die Rand historische Profite einbrachten.

    Tenzij jullie de visionairen weer aannemen die Rand zoveel winst hebben gebracht.

  • aandragen

    verb
  • bezorgen

    verb
  • Minder frequente vertalingen

    • aanbrengen
    • vastmaken
    • plaatsen
    • monteren
    • toepassen
    • meebrengen
    • doorvoeren
    • meenemen
    • medenemen
    • medebrengen
    • aanwenden
    • in toepassing brengen
    • bevestigen
    • aan
    • zetten
    • doen
    • gebruiken
    • aanzetten
    • deponeren
    • installeren
    • kenbaar maken
    • klikken
    • naar voren brengen
    • neerleggen
    • neerzetten
    • onderbrengen
    • ophangen
    • stationeren
    • toevoegen
    • uiten
    • verkopen
    • uitoefenen
    • leggen
    • stellen
    • stoppen
    • voordoen
    • opleggen
    • steken
    • aantrekken
    • voorleiden
    • vastbinden
    • afhalen
    • vergaderen
    • betrachten
    • beoefenen
    • aandoen
    • bijeenbrengen
    • opbrengen
    • benutten
    • in de praktijk brengen
    • aanhangen
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "anbringen" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Anbringen Noun grammatica
+ Toevoegen

"Anbringen" in Duits - Nederlands woordenboek

Momenteel hebben we geen vertalingen voor Anbringen in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.

Zinnen vergelijkbaar met "anbringen" met vertalingen in Nederlands

  • verbeteringen aanbrengen
  • aangebracht · behoorlijk · bekwaam · betamelijk · bevestigd · bruikbaar · capabel · competent · doelmatig · doenbaar · fatsoenlijk · gemakkelijk · gepast · geschikt · geschikte · gezet · geëigend · keurig · op zijn plaats · opportuun · passend · passende · raadzaam · redelijk · schappelijk · toepasselijk · voegzaam · welvoeglijk · zinvol
Toevoegen

Vertalingen van "anbringen" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen