Vertaling van "terminar" naar Nederlands

beëindigen, eindigen, afmaken zijn de beste vertalingen van "terminar" in Nederlands.

terminar verb grammatica
+ Toevoegen

Portugees - Nederlands woordenboek

  • beëindigen

    verb

    het tot een einde brengen van iets (werkwoord) [..]

    Senhoras, se tomarem seus acentos agora, vamos terminar esta cartela.

    Dames, als iedereen nu terug wil gaan zitten dan zullen we deze kaart beëindigen.

  • eindigen

    verb

    Em Esperanto um substantivo termina com o. O plural é formado pelo acréscimo de "j".

    In het Esperanto eindigt een zelfstandig naamwoord op 'o'. Het meervoud wordt gevormd met de uitgang 'j'.

  • afmaken

    verb

    het tot een einde brengen van iets (werkwoord)

    Quero ficar aqui e Daniel quer terminar seu tear.

    Ik wil hier blijven en Daniel wil uw weefgetouw afmaken.

  • Minder frequente vertalingen

    • voltooien
    • ophouden
    • sluiten
    • afsluiten
    • stoppen
    • besluiten
    • uitmaken
    • voleindigen
    • wijken
    • aflaten
    • aflopen
    • afwerken
    • termineren
    • uitscheiden
    • stopzetten
    • verlopen
    • staken
    • uitlopen
    • opheffen
    • afbreken
    • uitgaan
    • opbreken
    • uitraken
    • stelpen
    • einden
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "terminar" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "terminar" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "terminar" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen