wezenlijk in woordenboek Nederlands

  • wezenlijk

    Betekenissen en definities van "wezenlijk"

    Grammatica en verbuiging van wezenlijk

    • wezenlijk ( comparative wezenlijker, superlative wezenlijkst)
    • wezenlijk (comparative wezenlijker, superlative wezenlijkst) ;;
      Inflection of wezenlijk
      uninflected wezenlijk
      inflected wezenlijke
      comparative wezenlijker
      positive comparative superlative
      predicative/adverbial wezenlijk wezenlijker het wezenlijkst
      het wezenlijkste
      indefinite m./f. sing. wezenlijke wezenlijkere wezenlijkste
      n. sing. wezenlijk wezenlijker wezenlijkste
      plural wezenlijke wezenlijkere wezenlijkste
      definite wezenlijke wezenlijkere wezenlijkste
      partitive wezenlijks wezenlijkers
      chr:wezenlijk

Voorbeeldzinnen met " wezenlijk "